Technieken

Envisan hanteert een waaier aan saneringstechnieken om verontreinigde bodems en grondwater aan te pakken. Dankzij de jarenlange ervaring en knowhow in het uitvoeren van bodem- en grondwatersaneringen en de ondersteuning van haar moederbedrijf Jan De Nul Group, is Envisan in staat om multidisciplinaire projecten aan te pakken. Envisan heeft voor de aanpak van bodemverontreiniging ervaring in zowel in-situ, on-site als off-site saneringstechnieken. Bij in-situ technieken wordt de grond niet uitgegraven, maar behandeld met behulp van specifieke injectie/extractiemethodes. Bij on-site en off-site technieken wordt de grond wel ontgraven en op de site zelf behandeld, ofwel vervoerd naar een grondverwerkingscentrum.

Selectieve ontgraving (inclusief civieltechnische stabiliteitsmaatregelen)

De verontreinigde grond wordt op basis van laagsgewijze ontgravingsplannen selectief uitgegraven en ofwel on-site behandeld ofwel afgevoerd naar een verwerkingscentrum. Indien nodig voert Envisan ook de civieltechnische stabiliteitsmaatregelen uit.

Pump & Treat
Dit is een van de bekendste en meest gebruikte technieken om grondwaterverontreiniging te saneren. Het grondwater wordt opgepompt en behandeld in een grondwaterzuiveringsinstallatie. Meestal is deze techniek een onderdeel van een totale sanering waarbij eerst de verontreiniging in de grond door ontgraving wordt aangepakt om erna nog enige tijd na te pompen teneinde de (rest)verontreiniging uit het grondwater te halen.

Bodemluchtextractie
Bij deze bodemsaneringstechniek wordt de bodemlucht aan de onverzadigde zone onttrokken. Door de onttrekking van de bodemlucht worden vluchtige verbindingen uit de onverzadigde zone verwijderd. Door de concentraties in de gasfase te verlagen, stelt het evenwicht tussen de vloeistoffase (grondwater) en de gasfase (bodemlucht) zich opnieuw in. Vluchtige verbindingen migreren van de waterfase naar de gasfase en de concentraties in de waterfase worden verlaagd. Door de bodemlucht steeds te verversen worden zowel de grond als het bovenste gedeelte van het grondwater gereinigd.

Bioventing / Airsparging
Bij airsparing of persluchtinjectie wordt onder druk lucht in het grondwater geïnjecteerd. Door de injectie gaan vluchtige componenten in het water over naar de gasfase. De verontreinigde gasfase stijgt op en wordt gecapteerd via bodemluchtextractie. 

Bij biosparing wordt ook zuurstof (lucht) in de verzadigde zone geïnjecteerd, zij het dan wel onder beperkte druk waardoor aërobe, biologische afbraak van polluenten wordt gestimuleerd.

Multifase-extractie
Door middel van een hoogvacuümpomp wordt een vacuüm aangelegd in de bodem waarbij grondwater, bodemlucht en eventueel puur product (Light Non Aqueous Phase Liquids of LNAPL) wordt onttrokken. Na fasescheiding worden de verschillende fasen bovengronds gezuiverd in een zuiveringsinstallatie.

Selectieve drijflaagverwijdering
Het drijvend, puur product (Light Non Aqueous Phase Liquids of LNAPL) wordt selectief verwijderd. Dit gebeurt door middel van een open sleuf of door de installatie van zogenaamde skimmers. Bij een open sleuf wordt de bovenliggende grond ontgraven tot grondwaterniveau, waarna het toegestroomde puur product wordt verwijderd door middel van een zuigwagen.

Skimmers pompen puur product op en sturen het naar een bovengrondse opslagtank. Het opgepompte product wordt vervolgens afgevoerd voor verwerking.

In-situ gestimuleerde biologische afbraak
Bij in-situ bioremediatie wordt voor de afbraak van de verontreiniging gebruik gemaakt van micro-organismen, al dan niet reeds aanwezig in de bodem. De ideale condities worden gecreëerd om deze biologische afbraak te laten plaatsvinden. Dit kan, afhankelijk van het type verontreiniging, door het creëren van een aëroob of anaëroob milieu, door injectie van zuurstof of voedingsstoffen. Indien nodig kan ook een enting met specifieke micro-organismen worden uitgevoerd.

Chemische oxidatie
Door injectie van een oxidatiemiddel in de bodem, meestal in de verzadigde zone, vindt in-situ destructie van (organische) componenten plaats. Bij volledige oxidatie worden de componenten in-situ afgebroken tot CO2 en water.

In-situ thermische behandeling
Voor gronden die verontreinigd zijn met koolteer, koolwaterstoffen, cyanides, minerale olie, gechloreerde solventen, zwavel of kwik wordt thermische desorptie toegepast. De aanwezige polluenten worden door verhitting vervluchtigd. Ze worden hierdoor opgenomen in de gasstroom die vervolgens wordt gecapteerd door bodemluchtextractie en bovengronds wordt gereinigd (meestal d.m.v. katalytische oxidatie). In-situ thermische desorptie kan gebeuren met behulp van verschillende opwarmingstechnieken. Bij thermische conductie worden metalen buizen in de bodem geplaatst en opgewarmd door middel van hete lucht. Hierbij zijn temperaturen tot 300 à 600 graden eenvoudig bereikbaar. Electrical resistance heating omvat het aanbrengen van een elektrische stroom in de bodem waarbij deze laatste een weerstand veroorzaakt die de bodem opwarmt. Tot slot kan ook Radio-Frequency Heating worden toegepast waarbij radiogolven zorgen voor wrijvingswarmte (dipoolrotatie) in de bodem. De keuze van de techniek hangt af van de vereiste temperatuur, de aanwezige nutsvoorzieningen en de situering van de verontreiniging (grond en/of grondwater).

Grondwaterbeheersing (hydraulische barrières, reactieve schermen...)
Hierbij wordt een grondwaterverontreiniging onder controle gehouden of beheerst. Dit kan door het plaatsen van een zogenaamde hydraulische barrière, waarbij een rij pompen ('scherm') dwars op de grondwaterstromingsrichting wordt geplaatst om zo al het grondwater dat door dit scherm vloeit, te capteren (op te pompen) en bovengronds te zuiveren in een grondwaterzuiveringsinstallatie.
Een tweede techniek omvat een zogenaamd biologisch scherm waarbij zuurstof of een reductans wordt geïnjecteerd in de verontreinigingspluim, al dan niet in combinatie met voedingsstoffen, en waarbij de biologische afbraak wordt gestimuleerd en verder wordt opgevolgd (monitoring).
Verder kan ook een slibwand of een reactief scherm (funnel and gate) worden toegepast. Een slibwand isoleert een verontreiniging, terwijl een reactieve barrière zorgt voor een chemische reactie wanneer het grondwater door het scherm stroomt. Bij de 'funnel and gate'-techniek wordt het water door een beperkte zone (gate of poort) gestuurd waarin de reactie plaatsvindt door het aanbrengen van chemicaliën of adsorptiemedia in deze zogenaamde 'gate'.